Saskia Goldschmidt

Schrijver

  • Home
  • Nieuws
  • Agenda
  • Boeken
    • Na de oorlog
      • Na de oorlog: Boek
      • Na de oorlog in de Media
      • Na de oorlog recensies
      • Na de oorlog: Gastspreker
      • Persmap Na de oorlog
    • Kukuruznik
      • Kukuruznik reacties
      • Kukuruznik recensies
      • Kukuruznik in de media
      • Persmap Kukuruznik
    • Schokland
      • Schokland in de Media
      • Schokland recensies
      • Schokland reacties
      • Schokland Persmap
      • Schokland vertalingen
      • Schokland bronnen
    • Veel succes met uw enthousiasme
    • Voddenkoningin
      • Bronnen
      • Recensies
      • Reacties
      • Voddenkoningin in de Media
      • Vertalingen
      • Persmap De Voddenkoningin
    • De hormoonfabriek
      • Recensies
      • Reacties
      • Media
      • Vertalingen
      • Hoorspel
      • Persmap De Hormoonfabriek
    • Verplicht gelukkig
      • Recensies
      • Reacties
      • De voorstelling
      • Media
      • Persmap Verplicht gelukkig
    • Ander werk
  • Blog
  • Saskia Goldschmidt
    • Biografie
    • Media
    • Contact
  • English
    • Biography
    • Shocked Earth
    • The Vintage Queen
    • The Hormone Factory
      • Notes from the author
      • Factsheet
      • Praise
      • Translations
    • Obliged to be happy
  • Facebook
  • LinkedIn

Zwanger van een titel

21 september 2010

Tja, de champagne is op. Het huiselijke feest waarop gevierd werd dat moeders veranderd is in een heuse debutante is gevierd. En dan moet er weer gewerkt worden. Het manuscript, dat tot nu toe zo lekker vrijblijvend een boek in wording was, zonder enige verplichting, moet nu veranderen in een definitieve eerste versie, die over een paar weken wordt ingeleverd. Zo staat het in het contract, het ‘model debutantencontract’, opgesteld door de Vereniging van Schrijvers en vertalers, en overgenomen door de uitgever. Want beter kan het altijd en beter moet het. Dus moet er gedisciplineerd gesleuteld, ingekort, uitgebreid, herschikt en een nieuwe titel bedacht.

Wat is de titel een moeilijk ding. Ik.had een hele mooie, dacht ik. Wat zeg ik, ik heb al zoveel mooie titels gehad. De Spraakmaker was de laatste. Leuk, vond de redacteur, maar alleen als je het boek al gelezen hebt. Anders zegt het te weinig. En bovendien slaat De spraakmaker alleen op de vader en niet op de ik-figuur. Afgevoerd dus.
Zware lucht, was mijn allereerste titel. Maar dat schijnt niet te verkopen in deze tijden, waarin alles luchtig en vrolijk moet zijn, hoewel de werkelijkheid alles behalve dat is.
Ik denk de hele dag over titels na. Knielen op een bed violen, Publieke werken, Godenslaap, Kleine dagen, Schaduwkind, Boven is het stil, om maar eens een paar titels te noemen waarachter prachtige boeken schuilgaan. Maar weet je dat op het moment dat je die titel hoort? Nee toch?

Naast mijn manuscript staat op mijn computer het document: ‘mogelijke titels’ de hele dag open. Twee Aviertjes vol heb ik al. Geen idee of DE titel erbij staat. Ik vind ze allemaal prachtig…maar als je er over doordenkt, zit overal wel een maar aan.

Het is net als een kind krijgen. Ik ben zwanger van een titel. Ik weet dat die erin zit, maar hoe hij (want titel is een mannetje) eruit gaat zien, daar heb ik nog geen idee van. Een ding weet ik zeker: over een maand, maximaal twee, is de titel van mijn boek geboren. Dan gaan we weer een feestje bouwen!

Debuteren!

16 september 2010

Vorige week was het eindelijk zo ver. Na drie jaar schrijven, na het opsturen van het manuscript en na de maanden van het martelende afwachten, was ik eindelijk op weg naar de afspraak met de beoogde uitgever. De zekerheid dat ik een goed boek had geschreven was in die maanden dat ik mijn geesteskind uit handen had gegeven, langzaam opgelost. Als een ijsje dat te lang aan zonlicht is blootgesteld en van een mooi bolletje veranderd is in een kleverige drab.

Op weg naar zo’n belangrijk gesprek lijkt alles van belang. Het feit dat de lichten op groen springen wanneer ik aan kom fietsen, kan gezien worden als een goed teken. Ook dat de zon is gaan schijnen na de hele ochtend tegen een donkere wolkenlucht te hebben aangekeken, mag als positief worden uitgelegd.
Bang om te laat te komen, bevind ik me te vroeg in de buurt van de uitgeverij. Voor de afgesproken tijd aankomen is geen optie, dat staat te gretig, dat moeten we niet hebben.
Terwijl ik dat bedenk, zie ik mijn buurman, midden in het centrum, op straat een sigaretje roken. Blij met deze ontmoeting, stap ik af en rook, als niet roker, voor deze bijzondere gelegenheid een sigaretje mee. Buurman moet zo naar binnen bij een bank. Hij is fotograaf en hem is gevraagd over een opdracht te komen praten. Wanneer de rookstokjes geconsumeerd zijn wensen we elkaar succes en treden beiden de panden van onze potentiële opdrachtgevers binnen.

Als een zeer gelukkig mens stap ik een uur later de deur van de uitgeverij weer uit. Mijn toestand is compleet veranderd. Ik ben niet langer een vrouw met onduidelijke bezigheden, wachtend op een Salomonsoordeel. Nee, ik ben veranderd in een debutante. Mijn boek wordt uitgegeven, in het voorjaar van 2011 door de zeer gerenommeerde Uitgeverij Cossee!

De zon straalt, net als ik. Op dezelfde plek als een uur eerder, tref ik weer buurman aan. Ook hij is tevreden want heeft zijn opdracht binnengehaald.
We vieren het met nog een sigaretje en fietsen gelukkig naar huis.
Aan het werk; mijn eerste echte deadline voor mijn eerste echte ‘Faction’ boek wacht.

Hans Vermaas

7 september 2010

Gisteren was ik bij de begrafenis van mijn mentor van veertig jaar geleden. Hij was leraar op het Montessori luceum in Amsterdam. Ik was veertien, pukkelig en bijziend. Ik had geen enkel vertrouwen in mezelf en ook niet in de volwassenen om me heen.

De tekenlessen van Hans-Erik Vermaas waren inspirerend. Je kreeg van hem de ruimte je eigen stijl te ontdekken en hij gaf genoeg houvast, om dat op een prettige manier te kunnen doen. Ik had het geluk dat ik niet alleen tekenles van hem kreeg, maar dat hij ook mijn mentor was. Hij was geestig, daadkrachtig, duidelijk en relativerend. Hij toonde werkelijke aandacht en interesse. Ik voelde me door hem serieus genomen.

In die jaren, waarin ik de zojuist geopende poptempel Paradiso, de permanente demonstratie voor het Amerikaanse consulaat en de love-ins in het Vondelpark oneindig veel interessanter vond dan de school, bleef Hans Vermaas een onwrikbaar vertrouwen in me hebben. Dat had ik nodig. Door zijn plezierige en nooit opdringerige betrokkenheid kreeg ik een beetje geloof in mezelf. Uiteindelijk ben ik aan het werk gegaan. Vooral omdat ik zijn vertrouwen niet wilde beschamen. Op mijn eerste verslag na deze ommekeer concludeerde Hans Vermaas: ‘Saskia dreigt een goede leerling te worden.’

Hij was niet alleen voor mij een belangrijke leraar. Gisteren werd duidelijk hoe hij hele generaties leerlingen geïnspireerd heeft. Een van hen had uitgerekend dat hij er drieduizend gehad moet hebben.
Hij was ook een groot kunstenaar die prachtige portretten en landschappen maakte. Een goede schoolleider, een inspirerende vader voor zijn vijf jongens, een liefdevolle echtgenoot en een liefhebber van rode wijn.

Nog steeds groeit in mijn plantenbak jaarlijks oost-indische kers, die ik ongeveer tien jaar geleden van hem gekregen heb. Want toen hij de school verlaten had begon hij groene vingers te ontwikkelen. Hij kweekte planten waarmee hij de bloembakken rondom zijn eigen huis vulde, maar ook vrienden en kennissen blij maakte.

De oost-indische kers in mijn plantenbak is nu zo’n beetje uitgebloeid. Volgend voorjaar zal die weer opkomen. Voor mij een herinnering aan mijn beste leraar en aan een inspirerend mens.

De dood zit te schaken in de Jordaan

23 augustus 2010

In de Amsterdamse Jordaan zit dood te schaken achter een etalageruit van een antiek winkeltje. Wanneer ik daar langs kom moet ik denken aan wat mijn vader wel eens over mijn opa vertelde.
‘Je grootvader was een verdomd goed schaker, die regelmatig een partijtje speelde met grootmeester Max Euwe.’ Wanneer mijn vader dat vertelde klonk er trots in zijn stem.

Omdat ik mijn vader net begraven heb, kom ik overal verwijzingen naar hem tegen. Ik stap van mijn fiets, ga het winkeltje binnen, en vraag of ik een foto mag maken. Dan vertel ik de verkoper dat de begrafenis van mijn vader nog vers is en waarom zijn stilleven me heeft doen stoppen.

‘Tja,’ zegt de man. ‘Ik heb dat skelet uit Frankrijk meegenomen. Het is niet eens antiek, puur plastic, maar toen ik het vond zag ik meteen voor me, dit plaatje in m’n etalage. Het is grappig wat voor verhalen het bij mensen oproept. Er is al een vrouw binnen geweest, een, hoe noem je zo iemand nou, ja, zo iemand die met botten werkt. Ja, een manueel therapeut. die wilde het skelet wel om haar patiënten uit te leggen met welke botten ze aan de slag gaat.
Ikzelf heb mijn vader vijftien jaar geleden begraven. Hij heeft gewacht met sterven, totdat ik van een verre reis terug kwam. Pas toen ik er was, is hij doodgegaan. En weet je wat? Dat heeft me zo goed gedaan, dat hij voor één keer rekening met me heeft gehouden. Alles wat daarvoor zo pijnlijk is geweest, het je nooit erkend weten, nooit gezien worden, het was in een klap over. Mooi is dat, vind je niet?’

Ja, het is mooi dat een vader in zijn laatste uur nog zoveel goed kan maken.
We wensen elkaar een mooie dag toe.

Schouderpijn

18 augustus 2010

Mijn linker schouder is blauw en beurs. Twee dagen geleden rustte op mijn schouder de ‘joodse eco-kist,’ waarin mijn vader lag. Hij is zesennegentig jaar en een dag geworden.

Mijn vader stierf afgelopen dinsdagmorgen, om 00.20 uur, voor de tweede keer. De eerste keer was vijfenzestig jaar geleden. Hij lag als verhongerde gevangene van het concentratiekamp Bergen-belsen in een trein, waarin 2500 zieke en stervende mensen kriskras door Duitsland werden vervoerd. Ze waren gevangenen van de SS, die trachtten aan zowel de geallieerde legers als aan de mannen van Stalin te ontsnappen en dachten met een trein vol stervende mensen nog iets te onderhandelen te hebben.
Toen ik een kind was vertelde mijn vader soms dat sterven het eenzaamste is, wat een mens kan overkomen, want je hebt geen energie meer om nog contact met de buitenwereld te houden. ‘Tenslotte had ik niet meer de kracht nog te ademen. Ik rochelde alleen nog maar’ zei hij tegen me. ‘Toen ik mijn arm niet meer op kon tillen, wist ik dat ik niet meer dan twee dagen te leven had.’ Het waren de Russen die mijn vader voor de poorten van de dood weggristen en hem het leven weer inschopten.
Er zijn weinig mensen die hun dood twee keer beleven.

Toen ik maandagmiddag, de dag voor hij doodging, naast hem zat, rochelde hij. Hij was niet meer bereikbaar, kon niet meer praten, hoewel zijn mond soms probeerde woorden te vormen en hij met fronsen van zijn voorhoofd soms reageerde op een zin die ik sprak. En de hele middag hief hij keer na keer zijn arm omhoog, en liet hem daarna weer krachteloos vallen. Ik denk dat hij zichzelf wilde bewijzen, dat hij nog meer dan twee dagen te gaan had.

Hoewel hij nu helemaal niet verhongerd was, en dus minder zwak zou moeten zijn dan ‘de eerste keer dat hij stierf,’ en hoewel hij die middag nog met kracht mijn hand had weggeslagen, toen ik probeerde iets aan zijn kleding te veranderen, en hoewel hij zijn arm nog keer op keer de lucht had ingestoken, is hij die nacht gestorven. Verlost uit een leven, waarin hij al zoveel eerder zijn autonomie had moeten opgeven.

Het past wel, vind ik, dat je twee dagen na de begrafenis nog fysiek voelt waar de kist op je schouders drukte. Het herinnert me aan mijn vader. Aan het verdriet over het afscheid en aan de opluchting, omdat hij niet langer onder zijn ouderdom hoeft te lijden. Met zwarte touwen lieten we hem zakken in een tweepersoonsgraf onder de eeuwenoude bomen van begraafplaats Zorgvlied. De pijn in mijn schouder wordt elke dag minder. En herinneringen aan hem vullen de ruimte op, waarin ongerustheid niet langer nodig is.

Stationstoiletten

7 augustus 2010

Het schoonste stationstoilet van Nederland bevindt zich waarschijnlijk in station
Groningen.Vanmorgen vroeg stapte ik daar binnen. Ik was verrast toen ik, reeds voor de drempel, verwelkomd werd door een geurzuil van citronella. Het was bepaald een overweldigende ervaring voor zowel de neus als het ademhalingsorgaan.

De ruimte is bekleed met zachtgele tegeltjes, die niet misstaan in een designkeuken aan de IJ-oevers. De toiletmevrouw, jong en bewapend met een schrobber, waarmee ze ieder spatje onmiddellijk wegwist, zegt vriendelijk goedendag en richt haar ogen even subtiel op het bordje waarop ‘toiletgebruik 50 ct’ geschreven staat. Maar dan heb je ook wat.

Aan de wand tegenover de ingang hangen ansichtkaarten, verpakt in plastic, geschikt voor iedere gelegenheid: geboorte, rouw en alles daartussenin. Voor één euro ben je eigenaar van zo’n kaart en hoef de Bruna niet meer in.
Overal in de ruimte, zowel binnen als buiten de toiletten, bevinden zich brandende waxinelichtjes in glazen potjes, zodat ik deze grijze zomermorgen associaties krijg met kerst.

Wanneer ik de vrouw complimenteer met haar verzorgde koninkrijkje, barst ze los: ‘Eindelijk een complimentje. Ik heb vanmorgen al heel wat voor de kiezen gehad. Eerst een junk die zei dat hij hier aids had opgelopen. En daarna een mevrouw die binnenkwam met een zuurstofmasker voor haar gezicht, en een tankje aan haar zij. Volgens haar had ze dat express opgedaan omdat ze allergisch is voor het schoonmaakmiddel dat ik gebruik. Helemaal uitgedost, omdat ze persé hier naar het toilet moest. Als je weet dat je allergisch bent, dan kom je toch gewoon niet hier!’ De koningin van het toiletten-rijk wordt weer boos als ze aan de confrontatie denkt. ‘Maar als je nou toch echt plassen moet,’probeer ik nog voorzichtig.
‘Dan gaat ze toch thuis, ze hoeft hier toch niet te komen!’ explodeert mevrouw, die het complimentje alweer helemaal vergeten is. En om aan te geven dat wat haar betreft de conversatie gesloten is, begeeft zij zich met haar schrobber naar de toiletten.

Een aanrader, die Groningse toiletten. Mits je niet allergisch bent voor citronella.

Ernstige ouderdom

29 juli 2010

Mijn vader lijdt aan ernstige ouderdom en dat heeft hij nooit gewild. ‘Ik weet hoe het is om aan de hongerdood te sterven’ zei hij vroeger wel eens. Als kampoverlevende is hij indertijd ternauwernood herrezen. ‘En ik heb dat oneindig veel liever dan een langzame aftakeling waarbij mijn verstand het begeeft en ik geen zeggenschap meer over mijzelf heb.’ Het is de beschrijving van de situatie waarin hij nu gevangen zit.

Hij wordt met niet aflatende liefde verzorgd door zijn vrouw en een legertje katholieke dames, die zijn getraind in het verlengen van het leven, of dat nou gewenst is of niet. Hij woont in Duitsland, mijn vader.
Twee keer per dag wordt hij gewassen en verschoond. Ook dat gebeurt met zorg en aandacht. Maar iedere aanraking die geen zachte aai over zijn gezicht is, roept angst voor lijden en pijn bij hem op. Dan keren de mishandelingen van weleer terug in zijn geheugen, terwijl de meeste herinneringen zijn weggezakt in de mist van zijn geest. En dus schreeuwt en gilt hij, en scheldt en slaat, totdat ze klaar zijn en hij vermoeid achterover in zijn kussens gaat liggen, en zijn ogen sluit. Niet nadat hij hen bedankt heeft, want beleefd is hij nog steeds. Daarna wordt hij vriendelijk ‘gemotiveerd’ iets te eten en te drinken, hoewel zijn enthousiasme daarvoor niet erg groot is.
Hugo Claus ging kreeft eten en champagne drinken nadat de dokter het oordeel dementie geveld had. Nog één keer het leven vieren alvorens bewust de dood te zoeken. Want als je wilsonbekwaam bent, ben je de klos. Dan wordt je vriendelijk gedwongen, de beker, die steeds weer gevuld wordt met versterkend sap, tot het bittere einde te ledigen. En dus lijdt mijn vader aan ernstige ouderdom.

Telefonisch leuren

22 juli 2010

‘Goedemorgen mevrouw Goldschmidt,’ klinkt de gekunsteld-blije mannenstem door de telefoon. Ze zijn uit duizenden te herkennen, de verkoopstemmen. Ik meende van hen gevrijwaard te zijn, sinds ik me heb aangemeld bij het ‘Bel mij niet’ register en inderdaad, sindsdien is het een stuk stiller. Maar deze gladde verkoper meldt dat hij van de Postcodeloterij is. Nu ben ik al jaren door deze organisatie gegijzeld. Twaalf jaar geleden ben ik lid geworden, er op een onbewaakt moment in getuind en dus nu gedoemd te doneren tot aan mijn dood, om niet mee te hoeven maken dat de hele straat het grote geld binnenhaalt, uitgerekend in de maand nadat ik eindelijk heldhaftig voor een verder lidmaatschap bedankte.

Nooit eerder ben ik door de PCL thuis gebeld. Even gaat het door mij heen dat het nu eindelijk zo ver is, ik heb gewonnen! Door deze hebberige gedachteflits verzuim ik kenbaar te maken dat ik niet gediend ben van telefonische verkooppraatjes. Daar is deze meneer op getraind. ‘Mevrouw Goldschmidt,’ tettert de man met een vreugdevolle stem, alsof Hij net mijn miljoen gewonnen heeft, ‘Mag ik u feliciteren?’ ‘ Ik wentel mij nu even in een dagdroom van champagne, een hele grote cheque en allemaal blije mensen om mij heen. Maar wanneer de auditieve leurder mijn naderende verjaardag noemt, verschrompelt het Dagobert Duckfantasietje. Toch ben ik week gemaakt door het moment waarop ik meende gewonnen te hebben. En dus laat ik mij masseren door het geleuter over een fantastisch aanbod.

Ik moet bekennen dat ik me bijna laat verleiden om twee maanden, TWEE MAANDEN Mevrouw Goldschmidt!, gratis mee te spelen met vier extra loten. Ik krijg er nog een bonus bij, maak kans op een Audi, en als Linda haar koffer opent …het opgewonden gehijg van de man moet verhullend dat er een heleboel addertjes onder het gras zitten van het genereuze aanbod.
Ik kom op tijd bij zinnen. Terwijl meneer onze afspraken afratelt, die voor trainingsdoeleinden worden opgenomen, herinner ik me de belofte die ik mezelf deed nooit meer te zwichten voor auditieve leuteraars. En dus zeg ik dat ik het allemaal niet wil, die loten en bonussen en de hele rimram. Voor het eerst verliest de man zijn opgewekte toon. Nu gaat hij dreigen. ‘Mevrouw, u ziet er vanaf? Dat is uw goed recht. Maar wanneer uw buren een miljoen binnenhalen, en u niet, dan kunt u niet zeggen, dat wij u geen aanbod gedaan hebben. Aan ons heeft het niet gelegen.’ Dat beaam ik. Een groot gevoel van opluchting maakt zich van mij meester. Want nu die leuteraar mijn grote angst heeft uitgesproken, lijkt het opeens minder erg als ik moet toekijken hoe mijn buren winnen.
Ik geef graag aan goede doelen. Maar liever niet meer uit angst dat ik anders iets misloop. Het wordt tijd om echt te geven. En dat betekent dat je er niets voor terug hoeft. Teleurgesteld hangt de man op. Weer geen bonus voor hem!

Elf Juli

19 juli 2010

Elf juli is een memorabele dag. Voor de weduwen van Screbrenica is het de zwarte dag waarop hun mannen en zonen onder het toeziend oog van Nederlandse Dutchbat-soldaten werden afgevoerd. Het uitdrukkelijk verzoek van de nabestaanden om de WK-finale niet te laten samenvallen met de herdenking van dit drama werd door de FIFA genegeerd. En dus is het ook de dag van de verloren finale. Verloren? Dat lijkt niet echt doorgedrongen tot de hoofden van de meeste Nederlanders, die uit hun dak gingen als nooit tevoren. Het Nederlandse volk lijkt steeds minder in staat teleurstelling en verlies te incasseren.

Daags na het volksfeest fiets ik langs een kantoorpand aan de Apollolaan. Daar schreeuwt een spandoek in kapitalen: ‘Het gebouw waar John Lennon op uitkeek, is eindelijk weer te huur.’
Een blije boodschap, refererend aan de tijd waarin het Vondelpark veranderde in een hippiecamping, waar rondom de speakerscorner gediscussieerd werd over seks, het witte-fietsen-plan en Afghanistan, het land dat toen bekend stond als leverancier van de beste hasj. Midden in de jaren dat Amsterdam het centrum van de vrije wereld was verschenen als toefje op de taart in de zomer van 1969 John en Yoko in de stad. Vanaf elf juli hielden zij zeven dagen en nachten in kamer 902 hun ‘bed-for-peace’ actie, bij wijze van huwelijksreis. De hele internationale pers verzamelde zich aan het voeteneind van hun dubbletwinmultisizegigabed waar meneer en mevrouw Lennon hun boodschap van liefde, vrede en lang haar predikten. Ik stond als minihippie buiten temidden van een schare fans en was nog nooit zo dicht bij een idool geweest.

De tekst aan het spandoek op de Apollolaan zou ook anders kunnen zijn, bedenk ik terwijl ik doorfiets. ‘Het kantoorpand waar Herman Brood op uitkeek, voordat hij van het Hilton-dak zijn dood tegemoet sprong, is weer te huur’ is tenslotte even waar. Het zal wel minder verkopen. Blije boodschappen doen het beter in deze tijd.
Die elfde juli 2001, op de dag af tien jaar voor de gênante vertoning in Kaapstad, vloog Herman Brood zijn leven uit, met een duizelingwekkende sprong. En tien jaar en twee dagen later viert Nederland feest alsof we wereldkampioen zijn geworden. Misschien dat we daarmee gehoor hebben gegeven aan Hermans laatste wens. Want in zijn broekzak zat immers het briefje waarop stond: ‘Maak er nog een groot feest van.’ Dat hebben we gedaan, volkomen misplaatst maar o zo vrolijk, tien jaar na de duikvlucht van één van de laatste vertegenwoordigers van het wilde jaren-zestig leven, op elf juli, terwijl in Screbrenica de doden opnieuw begraven werden.

Duivenverdrijvers

14 juli 2010

Buiten de ijzerhandel staat een bord waarop ‘duivenverdrijvers’ worden aangeboden. Geïnspireerd door het ondergepoepte balkon van een zojuist verhuisde vriend haast ik mij naar binnen. De man van de ijzerhandel toont mij een stripje met daarop lange, ijzeren punten, die op de rand van het balkon geplakt moeten worden waardoor een omgeving gecreëerd wordt die herinnert aan de luchtplaats van een gevangenis. Maar gelukkig heeft de winkel ook een loep in de aanbieding, voor twee euro. Die wil ik wel kopen.
‘Daarmee had ik het contract moeten lezen toen mijn schoonvader me voorstelde in de winkel te komen werken.’ zegt de ijzerhandelaar, terwijl hij het bedrag op de kassa aanslaat.
‘ Hoezo?’ vraag ik de man, die op mij in al die jaren dat ik al bij hem binnenloop, altijd een blije indruk heeft gemaakt. ‘Zou je het dan niet gedaan hebben? Heb je het niet naar je zin?
‘Ach,’ zegt de verkoper, ‘er was geen sprake van zin hebben of niet. Mijn vrouw werd ernstig ziek, en ik kon die man toch niet in z’n eentje in de winkel laten staan. Maar ik dacht dat het voor een jaartje zou zijn en nu sta ik hier al twintig jaar.’
‘Wilde je dat het anders gegaan was?’ vraag ik hem. Hij denkt even na, kijkt verrast op en zegt: ‘Nee, ik zou het allemaal precies zo gedaan hebben. Ik heb nergens spijt van. Niet van mijn vrouw, niet van mijn schoonvader en niet van de winkel. Ik ben heel tevreden.’
‘Gelukkig,’ zeg ik en leg het twee-euromuntstuk neer.
Als ik de deur uitstap zegt de verkoper:’ nog een fijne dag en bedankt voor het leuke gesprek.’
Een oplossing voor de duivenpoep is er nog niet, maar toch stap ik vrolijk de warme zomerlucht in.

  • Vorige
  • 1
  • …
  • 21
  • 22
  • 23
  • 24
  • Volgende

Translated

Die Vintage Queen La Fabrique des Hormones, Gallimard Die Hormoonfabriek, Protea Boekhuis The Hormone Factory, The Other Press Die Glücksfabrik, DTV Shocked Earth Vintage Queen, Traduction Français

LEZINGEN

Saskia is aangesloten bij De Schrijverscentale (voor lezingen in boekwinkels en bibliotheken). Belangstelling?
Kijk even bij Contact >>

Zoeken

Tags

4 mei Aardbevingen Aardbevingsroman Amsterdam boekenbal Dagboek uit Bergen-Belsen Dagboek van een landschap De Hormoonfabriek De hormoonfabriek De Voddenkoningin Die Glücksfabrik filmrechten Film Talents gasbevingen gastschrijverschap gaswinning groningen herdenken Hogeland Holocaust Jacques Audiard jaren zestig Jodenvervolging Kukuruznik La Fabrique d'hormones Laura Dols liefdadigheid Na de oorlog natuur Oldenburg Open Book Festival recensie Renata Laqueur Schokland South-Africa stoppen met drinken The Hormone Factory tweedehands kleding Tweede Wereldoorlog uitgeverij Cossee Verplicht Gelukkig verslaving vogels zestigerjaren Zuid-Afrika

Copyright © 2026 · Colofon