Saskia Goldschmidt

Schrijver

  • Home
  • Nieuws
  • Agenda
  • Boeken
    • Na de oorlog
      • Na de oorlog: Boek
      • Na de oorlog in de Media
      • Na de oorlog recensies
      • Na de oorlog: Gastspreker
      • Persmap Na de oorlog
    • Kukuruznik
      • Kukuruznik reacties
      • Kukuruznik recensies
      • Kukuruznik in de media
      • Persmap Kukuruznik
    • Schokland
      • Schokland in de Media
      • Schokland recensies
      • Schokland reacties
      • Schokland Persmap
      • Schokland vertalingen
      • Schokland bronnen
    • Veel succes met uw enthousiasme
    • Voddenkoningin
      • Bronnen
      • Recensies
      • Reacties
      • Voddenkoningin in de Media
      • Vertalingen
      • Persmap De Voddenkoningin
    • De hormoonfabriek
      • Recensies
      • Reacties
      • Media
      • Vertalingen
      • Hoorspel
      • Persmap De Hormoonfabriek
    • Verplicht gelukkig
      • Recensies
      • Reacties
      • De voorstelling
      • Media
      • Persmap Verplicht gelukkig
    • Ander werk
  • Blog
  • Saskia Goldschmidt
    • Biografie
    • Media
    • Contact
  • English
    • Biography
    • Shocked Earth
    • The Vintage Queen
    • The Hormone Factory
      • Notes from the author
      • Factsheet
      • Praise
      • Translations
    • Obliged to be happy
  • Facebook
  • LinkedIn
  • Twitter

La vie c’est drôle

22 januari 2011

De nieuwe voorstelling van Theatergroep DOX is een freakshow! Ik beleefde een uur waaraan wat mij betreft geen einde had hoeven komen. Een uur waarin voortdurend tranen in mijn ogen stonden, het ene moment van diepe ontroering, dan weer van het lachen.

De acteurs en dansers presenteren met humor een aantal klassieke variéténummers; het doorgezaagde weesmeisje en de grote verdwijntruc, de vrouw met de hoepel, de poppenshow en de spreekstalmeester, ze worden allemaal vakkundig gepersifleerd. In soepele overgangen worden de variéténummers afgewisseld met hartverscheurende en dikwijls gedanste scènes. In ieder fragment verbeelden de spelers de scherpe kantjes van het bestaan als dwerg, albino, zwarte, Marokkaan, te gevulde of te magere vrouw, als homo of part-time travestiet. Zonder zichzelf of elkaar te sparen, maar ook met grote humor en vol subtiliteit. Nooit larmoyant, altijd waarachtig, met een oprechtheid waar ik koud van werd.

La vie c’est drôle gaat over het gevoel dat je er niet bij hoort, dat er over je geroddeld wordt, dat je anders bent, over het gevoel dat je geen bestaansrecht hebt of dat anderen je dat willen ontzeggen.
Marjan Barlage, regisseuse, en Sassan Saghar Yaghmai, choreograaf en Merel van Gaalen, die de mime onder haar hoede nam, zijn er met hun groep talentvolle mensen in geslaagd een theatraal verrukkelijke voorstelling neer te zetten, mooi vormgegeven, diepzinnig, geestig, ontroerend en betekenisvol.

La vie c’est drôle is diepgravend varieté dat een ding duidelijk maakt: in ieder mens schuilt een freak en in iedere freak een mens. De voorstelling daagt je uit op zoek te gaan naar de freak in jezelf, voor het geval je die nog niet gevonden had. Komt dat zien!

Anders

4 januari 2011

Gistermorgen was het zover.
Twintig jaar lang begon onze dag met De Volkskrant. Je raakt gewend en gehecht aan formaat, indeling, lettertype en rubrieken van de krant. Daarnaast hadden we een abonnement op het NRC. Maar uit financiële overwegingen hebben we beiden abonnementen opgezet en zo viel gistermorgen voor het eerst NRC-next op de mat.

Het viel niet mee. Een blad met veel beeld, foto’s en kleine columns, en quotes. Het eerste serieuze buitenlandnieuws pas op pagina zes. Mijn lief zat al te lezen toen ik beneden kwam. Hij trok een wenkbrauw op en zei met sombere stem: ‘anders.’ Sinds we ooit met het hele gezin een huisje op La Gomera huurden dat gelegen bleek te zijn in een bestendig wolkendek, is ‘anders’ bij ons synoniem voor een negatief uitgevallen keuze.

Ik was nog vol goede hoop en ging met het rituele bakje muesli, mijn vers geperste sinaasappelsapje en de cappuccino tegenover mijn lief zitten. Zoals altijd stak ik zonder op te kijken mijn hand uit, waarop hij gewoontegetrouw het binnengedeelte van de krant vastpakte om die aan mij te overhandigen. De beweging haperde. De bladen van de tabloid bleken met nietjes vast te zitten. Mijn lief pakte de krant vast en keek of er een tweede katern te overhandigen was. Tevergeefs. NRC-next bestaat uit één vastgeniet katern.
We keken elkaar aan. ‘Anders,’ spraken we als uit een mond.

Daarop pakte ik de laatste krant van het oudejaar, die ik nog niet helemaal uit had.
Vanmorgen was de krantenjongen vergeten hoe het zat en lag als vanouds De Volkskrant in de bus.
We moeten eigenlijk bellen om de vergissing te melden. Maar het was fijn om nog even in het oude stramien door te kunnen. Alsof de bezuinigingen in huize Goldschmidt, net als de BTW op de podiumkunsten, nog even zijn uitgesteld.

Hoe de tomtom mijn huwelijk redde

26 december 2010

Vrijdag 24 december 2010 was de bijlage ‘opinie en debat’, gevuld met lezersbijdragen. Men was gevraagd een stukje te schrijven over het thema: De omwenteling die mijn leven veranderde.
Ik stuurde de tekst in, die werd geplaatst. Voor hen die het NRC niet lezen, volgt hier het verhaal:

Mijn man is behept met een groot aantal onvolprezen eigenschappen. Hij is mijn liefdevolle kok, een goede minnaar, een goede klusjesman en een toegewijde vader van de inmiddels volwassen kinderschaar. Toch zijn er momenten geweest in ons inmiddels dertigjarig samenzijn, dat onze verbintenis danig onder druk heeft gestaan. De grootste crisissen in onze relatie deden zich voor op de snelweg. Mijn man rijdt namelijk niet. Nu is dat een stressverminderende factor, want hoeveel talenten hij ook bezit, autorijden hoort daar niet bij. En ik rijd graag en goed, zowel kleine ritjes als de lange afstanden door Europa.

De consequentie daarvan was dat hij als bijrijder de kaart moest lezen. Mijn held behoort helaas niet tot het type mens die zich, voor we ons in het spitsuur op de Périphérique van Parijs begeven, verdiept in de te volgen route. Pas wanneer een verkeersknooppunt opdoemt en ik paniekerig om aanwijzingen begin te roepen, grijpt hij de kaart en begint naarstig te zoeken naar de mogelijke positie van ons vehikel. En hoe ongeduldiger ik hem een uitspraak tracht te ontfutselen over de route, des te groter zijn twijfel. Traag formulerend geeft hij aan dat hij de beoogde positie nog niet gevonden heeft.

Zo hebben we tijdens onze reizen talloze afslagen gemist, kilometers omgereden en ons regelmatig in het holst van de nacht teruggevonden in desolate gebieden of op unheimische industrieterreinen. In welke situatie we ook terecht kwamen, mijn man trad die altijd met grote blijmoedigheid tegemoet, terwijl ik als controlfreak meestal buiten zinnen van woede was en de ontspannen vakantietrip in snel tempo grimmige trekjes kreeg. Onze kinderen hebben zich dan ook op vroege leeftijd de kunst van het kaartlezen eigen gemaakt, opdat hun vader op de achterbank relaxed een krantje kon lezen en zich met veel enthousiasme aan het fourageren kon wijden.

Tegen de tijd dat de kinderen hun eigen weg gingen en het probleem van het kaartlezen weer akelig actueel dreigde te worden, kwam de Tomtom op de markt.Wat een timing, wat een vreugde! Een rustige mannen-of vrouwenstem naar keuze, die me ruim voor de afslag waarschuwt voor wat komen gaat en dat vriendelijk herhaalt, met zekere stem, op het moment dat de afslag daar is. Weg stress op de snelweg!

En zelfs op de zeldzame momenten dat de Tomtom zich vergist, en we, zojuist vertrokken uit Berlijn, ons in plaats van op de snelweg naar Magdenburg op de route naar Leipzig bevinden, concluderen we nu in grote eensgezindheid dat de Tomtom even de weg kwijt is, omdat we hebben nagelaten de laatste kaart te updaten. Vriendelijk glimlachend laat ik me door de Tomtom terugleiden naar de juiste route, immer geraden aus, terwijl mijn lief een broodje mozzarella met een vleugje pesto-saus voor me klaarmaakt.

De Tomtom is de redder van mijn huwelijk. Dankzij deze revolutionaire uitvinding zullen we de komende jaren per auto heel Europa bestormen. In volle harmonie. En met veel heerlijke versnaperingen onderweg.

Trainingsactrice biedt zich aan!

4 december 2010

Ik lig op de behandeltafel in de polikliniek van het Lucas-Andreas-ziekenhuis.
Terwijl de plastisch chirurg mij een verdovingsprik geeft, om daarna het wratje op mijn oorschelp weg te halen, vraagt hij naar mijn beroep. Ik vertel hem dat ik schrijf en daarnaast werkzaam ben als trainingsactrice. Ik werk veel voor het AMC, en ben in die hoedanigheid levend oefenmateriaal voor specialisten die hun communicatieve vaardigheden willen of moeten vergroten.

De motivatie tot het volgen van deze trainingen is vaak afhankelijk van het specialisme van de arts. Kinderartsen zijn over het algemeen uitzonderlijk communicatief, chirurgen en orthopeden lijken communicatieve vaardigheden in het gunstigste geval een noodzakelijk kwaad te vinden. Terwijl de arts in mijn oor snijdt, vraagt hij of ik tevreden ben over zijn wijze van communiceren tot nu toe. Ik kan daarop bevestigend antwoorden. Terwijl het wondje wordt dichtgenaaid, grappen arts en assistente over de in hun ogen onzinnigheid van communicatietrainingen en uitten ze hun vreugde over het feit dat ze in dit ziekenhuis niet aan die tijdverspilling doen.

Als ik van de behandeltafel opsta, grijpt de arts, zonder me nog een blik waardig te keuren, zijn mobiele telefoon. Hij begint een gesprek en begeeft zich naar de deur van de kamer. Daar draait hij zich om en roept over zijn schouder, ‘dag mevrouw!’
‘Een hand geven,’ roep ik hem na, ‘wordt ook beschouwd als fatsoenlijk communicatief gedrag.’ De arts hoort het al niet meer.
Zijn assistente kijkt me aan. ‘Daar heeft u gelijk in,’ zegt ze, ‘maar ter verontschuldiging zou ik willen inbrengen dat driekwart van de patiënten in dit ziekenhuis geen prijs stelt op een hand.’
Zo zout heb ik het nog niet vaak gegeten. Een arts gedraagt zich onbeschoft en dat is de schuld van de moslims in de samenleving. Waar doet me dat nu toch aan denken?

Ik adviseer de raad van bestuur van het Lucas-Andreasziekenhuis communicatietrainingen verplicht te stellen voor hun specialisten, vooral voor de afdeling Chirurgie. Ik bied me hierbij aan als trainingsactrice.

Apple-ellende

24 november 2010

Is de appel niet de bron van alle kwaad?
Waarom heb ik niet aan Adam en Eva gedacht, voordat ik die glimmende, ruim opgezette winkel aan de Prins Hendrikkade binnenstapte?

Waarom vergat ik hoe de boze stiefmoeder Sneeuwwitje verleidde met haar begeerlijk vrucht?
Ook ik heb me laten betoveren door die vriendelijk ogende jongens en meisjes achter de enorme toonbank, die in de schitterend vormgegeven winkel hun aantrekkelijke producten verkopen.
Een Macbook-pro kocht ik, en een externe harde schijf, die volgens de verkoopteksten zo eenvoudig in bediening waren, zo competible met de al aanwezige Mac in huis. Ik hapte in de appel en in plaats van een vergiftigd hart, bleek ik, volgens de reparateur, die een deur verder in een onooglijk hokje verblijft om de misleidde sneeuwwitjes te woord te staan, een notebook gekocht te hebben die waarschijnlijk een corrupte Time-machine bevat.

Zo weet ik nu dat niet alleen politici, bankredacteuren en voorzitters van Commissies van Bestuur corrupt kunnen zijn, maar ook de software van een zojuist aangeschaft product. En ook al heb je daar meer dan duizend euro voor neergeteld, mevrouwtje, dan moet u onze helpdesk bellen, en kunnen wij niets voor u doen. Want in dat onooglijke reparatiehokje naast de grote verleidingsshop, repareert men uitsluitend hardware. Dus wordt ik verwezen naar een helpdesk die doorgaans niet bereikbaar is, en tien cent per minuut kost, want ook aan slecht afgeleverde producten moet men verdienen.

Wees dus gewaarschuwd voor het Apple-sprookje. Een glimmende Apple, aangeboden door leuke jongens en meisjes in mooie zwarte overhemdjes, in een Store omgeven met blingbling en Ipods en Ipads en Iphones en Macs and Supermacs…..het is allemaal prachtig. Maar mocht jouw aankoop vergiftigd zijn met een corrupt programma, dan ben je de klos. Ze helpen je niet, want het geld is al binnen.

Youp van het Hek, Superman der Sneeuwwitjes, waar ben je! Ik heb je nodig, in verband met corrupte software en een minstens even corrupte multinational!

Nummers

22 november 2010

Nooit eerder was ik zo blij met een nummer.

We krijgen gedurende ons leven veel nummers toebedeeld. Sommigen blijven ons ons leven lang bij, ook al heb je er niets meer mee te maken. Zo vergeet ik nooit het telefoonnummer uit ons ouderlijk huis. Zeven, drie, een, acht, een, zeven. Sinds veertig jaar nooit meer gebruikt, maar voor altijd opgeslagen in een dierbaar plekje van mijn geest. Zodra ik aan dat nummer denk, zie ik de zwart bakelieten telefoon voor me, met de ronde draaischijf en de talloze knopjes waarmee je kon doorverbinden naar een ander vertrek. Mijn vader had een praktijk aan huis, vandaar.

Nummers kun je meestal niet uitkiezen, ze worden je toebedeeld. Je sofinummer, je inschrijfnummer van de sportschool, je nummer van de bond of je lidmaatschapsnummer van de krant, ik moet ze altijd weer opzoeken en ze maken weinig emotie bij me los.
Alleen bij het verkrijgen van een mobiel telefoonnummer ben ik wel eens bevangen door vreugde, omdat het zo’n fijn, goed te onthouden nummer was, met lekker veel herhalingen erin.

Nooit eerder werd ik zo gelukkig van een nummer als op het moment dat ik vorige week via de uitgever op de hoogte werd gesteld van mijn eigen ISB-nummer. Nou ja, niet mijn nummer, maar dat van mijn eerste boek. Het liefst trakteerde ik op beschuit met muisjes om de uitgifte van dit nummer te vieren. Dat is wat voorbarig. Op dit moment wordt het boek, of nee, het manuscript, want een kind is een foetus tot het het licht heeft gezien, nog een keer serieus door de uitgever herlezen, waarna ik waarschijnlijk nog een en ander herschrijven ga. Dan komt de eindredactie. Het is dus nog in de maak en in februari wordt de boorling verwacht.

Maar het nummer is toegekend. Wie ISBnummer 978 90 5936 308 3 googled, ziet mijn naam en de titel van het boek: VERPLICHT GELUKKIG, portret van een familie.

Een voorstelling die je niet mag missen!

20 november 2010

Aangrijpende voorstelling in het Rozentheater.
Theater dat raakt en ontroert. Bedoeld voor jongeren, geschreven door Albert Schoobaar van Curacao. Ooit zelf een jongen uit de bario, die voelde dat er meer was dan de dagelijkse ellende om hem heen. Op school werd hij gegrepen als hij een goed boek in handen kreeg. Daarbuiten zag hij films en af en toe een theatervoorstelling.

Ik leerde Albert kennen toen ik met Ad de Bont, artistiek leider, regisseur en schrijver van veel bijzonder jeugdtheater, projecten op Curacao ontwikkelde. Albert bleek een multi-talent: als schrijver van theatervoorstellingen die dicht op de huid van de jongeren zit, voor wie ze gemaakt zijn.
Gespeeld op de scholen, in de klassen, de gymzalen of op locatie.
Als acteur, die moeiteloos schakelt tussen personages, die drama en humor combineert en altijd oprecht is in zijn spel.

Nu is hij met zijn groep TEATRO KADAKEN in Nederland, met de voorstelling ‘ E dekonstrukhon di Edsel K.’
Sylvia Andringa, voormalig artistiek leidster van Het Laagland en regisseuse van vele bijzondere voorstellingen regisseerde het stuk. Op Curacao is het gespeeld voor duizenden jongeren en volwassenen in landhuis Haaibaai in Willemstad.

De voorstelling wordt in het Papiamento gespeeld en boventitelt.
Het is een actueel verhaal over vriendschap, tolerantie en het gebrek eraan. Een voorstelling over vooroordelen, en over de moed te zijn wie je bent. En dat gebracht in een vorm die meestal licht van toon is en met scènes die humoristisch en soms hilarisch zijn. Deze voorstelling raakt en verdient een breed publiek van jongeren en volwassenen. Dus grijp je kans:
Vandaag in het Rozentheater, de rest van de week in het Bijlmerparktheater, in Almere, Tilburg, Rotterdam, Utrecht en Dordrecht. Daarna zijn ze weer weg. Dus ga nu!

Als iedereen schreeuwt…

9 november 2010

Geldnood is van alle tijden.

Toen de regering van Winston Churchill geld nodig had om de tweede wereldoorlog te financieren, werd hem geadviseerd het geld bij de kunst-en cultuurbegroting weg te halen. ‘Maar waar vechten we dan nog voor?’ vroeg de staatsman zich af.
Kom daar nog maar eens om, vandaag de dag.

De moord op de kunst-en cultuur doet gelukkig enig stof op waaien. In elk geval bij kunstenaars, en ook bij een deel van het publiek. Er is een grote nationale actiedag gepland: Nederland schreeuwt om cultuur. Op 20 november.

Ik ben nogal ongelukkig met deze actiekreet. De bedenkers van dit fenomeen sluiten aan bij de belangrijkste trend van de afgelopen jaren. De hele bevolking van Nederland lijkt niets anders meer te doen dan schreeuwen. Iedereen schreeuwt zijn eigen private mening uit, zo hard en ongenuanceerd mogelijk. Maar als iedereen schreeuwt, wie luistert er dan nog?

De Schreeuw, van Edvard Munch
Martha Nussbaum zei, in de prachtige serie Van de Schoonheid een de Troost, gemaakt door Wim Kayzer: ‘Ik put veel troost uit kunstwerken. Niet omdat ze mooi zijn, maar omdat ze vaak op pijnlijke wijze verdriet en hulpeloosheid uitbeelden. Muziek kan door de dagelijkse routine heendringen naar de hevige emoties die ver onder die routine begraven ligt.’

Ik zou willen dat we op 20 november stil zouden zijn, oorverdovend stil. En dat ieder van die zestien miljoen Nederlanders zich in die stilte zou afvragen, wat hem of haar het meest geholpen heeft, op een moment van diep verdriet. Was dat een JSF? De hypotheekrenteaftrek? Een animal cop? Een koranverbod?
Ik denk het niet. Waarschijnlijk was het dat prachtige muziekstuk, dat ontroerende liedje, of woorden met een groot troostend vermogen uit dat ene aangrijpende boek, dat rake gedicht?

Laten we minder schreeuwen, meer luisteren en datgene wat ons moet troosten als niets anders helpt, uit alle macht beschermen. Met elkaar.

Een menselijke stad

5 november 2010

Amsterdam, wat ben je ongeduldig!

Dat viel me op na terugkeer van een weekend Berlijn. Met een verlengde Volkswagenbus verhuisden we de spullen van zoonlief terug naar Mokum. Anderhalf jaar heeft hij genoten van de relaxte sfeer in de Duitse hoofdstad. Als afsluiting van zijn verblijf waren we daar, brachten de oude, op straat gevonden huisraad naar het recyclingpunt, schrobden de keuken en de badkamer, verfden de schimmel op de muren weg en droegen het huis ‘ganz pünktlich’ over aan de rechtmatig verhuurder.

Wat opviel tijdens het veelvuldige gemanoeuvreer met de verlengde bus in Berlijn was het vriendelijke geduld van de mede-automobilisten wanneer ze hun weg versperd vonden omdat het even tijd kostte de bus goed geparkeerd te krijgen. Geen toeter of gescheld gehoord, gedurende die vier hele dagen. Wel opgestoken handen als teken van groet of een glimlach.

Na zeven en een half uur terugrijden leverde ik de eerste passagier af in Sloten. Klein straatje, geen parkeermogelijkheid. We stappen uit, ik doe de achterdeur van het slot om de bagage eruit te halen en voordat de deur open is komt een auto met gierende remmen tot stilstand, ongeveer tegen mijn kuiten aan, en begint te toeteren. Een tweede vehikel sluit zich daar achteraan en voegt zich bij het toeterkoor. We staan niet langer dan een minuut in de straat.
Volgende stop, Agatha Dekenstraat, hetzelfde verhaal. Nog geen half uur terug in mijn geliefde woonplaats, en ik ben in volle hevigheid uitgetoeterd, toegescholden, heb middelvingers naar mij opgeheven gekregen, en dit alles omdat de ander me even op zijn weg vond en dat blijkbaar onverdragelijk was.

Ik zou iedereen die zich jachtend en intolerant jegens zijn of haar medemens door onze hoofdstad perst, willen adviseren zich een weekend te laven aan de vriendelijkheid van de bewoners van Berlijn. Ik hoop dat deze gejaagden zich dan realiseren, dat ieder van ons de mogelijkheid in zich heeft, een prettigere sfeer in onze eigen straat, in onze eigen stad, in ons eigen land te scheppen.
Als we onze samenleving niet zelf menselijk maken, doet niemand het.

Spijtoptant

22 oktober 2010

Ik was de sneuste soort spijtoptant die bestaat. Eentje die te laat is. Hoe treurig kan het zijn!
Als bewoner van Amsterdam West bezat ik vroeger een auto. Die heb ik de deur uit gedaan: een fiets, Greenwheels en het openbaar vervoer werden mijn middelen van vervoer. Vier gelukkige jaren gingen voorbij. Toen veranderde mijn werksituatie. Ik moest op rare tijden opdraven op locaties die in bosrijk en openbaar vervoersarm gebied gelegen waren. Bovendien mocht mijn dochter, in het trotse bezit van een rijbewijs, deze nieuwe competentie niet bestendigen in een ‘groene wielen’ auto. Voldoende reden om weer een eigen blik op wielen aan te schaffen.

Informerend bij de instantie die de parkeervergunningen in mijn stadsdeel bewaakt, kreeg ik te horen dat ik als ‘spijtoptant’ slechts het eigendomsbewijs van mijn nieuwe wegluis zou moeten tonen om weer in het bezit van een vergunning te komen. dus: oude auto van schoonmoeder gekocht, eigendomsbewijs getoond. Dat was het uur der waarheid: ik was als spijtoptant te laat s. Vier jaar zonder auto doet het recht op spijt verzuren. Sinds die tijd, nu twee jaar geleden, parkeer ik mijn auto in de periferie van onze stad. En omdat ik een nogal grote behoefte aan beweging heb, maak ik van de nood een deugd, en loop naar de auto wanneer ik die voor een lange rit, die niet te voet of per fiets te volbrengen is, nodig heb.

Twee jaar geleden liep ik dertig minuten naar de vrij parkeren zone, achter Station Lelylaan. In April vorig jaar werd die zone verlegd naar achter de Johan Huizingalaan, veertig minuten lopen. En vanaf juli staat het koekblik ter hoogte van de Meervaart.
Het zijn mooie wandelingen, door het Vondelpark, Rembrandpark, een stukje stedelijk gebied en dan langs de Sloterplas. Ik zag er al eens een grote roofvogel, ik denk dat het een buizerd was. Ik heb een natuurtuin ontdekt, waarvan ik het bestaan niet wist. Ik liep langs al die oude Nederlandse mannetjes die op bankjes, Marokkaanse mannen op wiebelige snackbar stoeltjes of staande op de straathoek de wereld van vandaag bespraken. Langs de kinderen die op hun racefietsjes voor hun moeders uit de stoep over scheurden. Langs de winkels, die bij het passeren hun geuren van over de hele wereld vrijgaven.

Deze maand heb ik, na twee jaar, een vergunning gekregen. Ik mag in mijn eigen buurt parkeren. Mijn status als sneue spijtoptant is tot een eind gekomen. Nu ben ik een vergunninghouder. Het is een minder mooi woord, maar het wordt er wel een stuk makkelijker op.

  • Vorige
  • 1
  • …
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • Volgende

Translated

Die Vintage Queen La Fabrique des Hormones, Gallimard Die Hormoonfabriek, Protea Boekhuis The Hormone Factory, The Other Press Die Glücksfabrik, DTV Shocked Earth Vintage Queen, Traduction Français

LEZINGEN

Saskia is aangesloten bij De Schrijverscentale (voor lezingen in boekwinkels en bibliotheken). Belangstelling?
Kijk even bij Contact >>

Zoeken

Tags

4 mei Aardbevingen Aardbevingsroman Amsterdam boekenbal Dagboek uit Bergen-Belsen Dagboek van een landschap De Hormoonfabriek De hormoonfabriek De Voddenkoningin Die Glücksfabrik filmrechten Film Talents gasbevingen gastschrijverschap gaswinning groningen herdenken Hogeland Holocaust Jacques Audiard jaren zestig Jodenvervolging Kukuruznik La Fabrique d'hormones Laura Dols liefdadigheid Na de oorlog natuur Oldenburg Open Book Festival recensie Renata Laqueur Schokland South-Africa stoppen met drinken The Hormone Factory tweedehands kleding Tweede Wereldoorlog uitgeverij Cossee Verplicht Gelukkig verslaving vogels zestigerjaren Zuid-Afrika

Copyright © 2026 · Colofon