Saskia Goldschmidt

Schrijver

  • Home
  • Nieuws
  • Agenda
  • Boeken
    • Na de oorlog
      • Na de oorlog: Boek
      • Na de oorlog in de Media
      • Na de oorlog recensies
      • Na de oorlog: Gastspreker
      • Persmap Na de oorlog
    • Kukuruznik
      • Kukuruznik reacties
      • Kukuruznik recensies
      • Kukuruznik in de media
      • Persmap Kukuruznik
    • Schokland
      • Schokland in de Media
      • Schokland recensies
      • Schokland reacties
      • Schokland Persmap
      • Schokland vertalingen
      • Schokland bronnen
    • Veel succes met uw enthousiasme
    • Voddenkoningin
      • Bronnen
      • Recensies
      • Reacties
      • Voddenkoningin in de Media
      • Vertalingen
      • Persmap De Voddenkoningin
    • De hormoonfabriek
      • Recensies
      • Reacties
      • Media
      • Vertalingen
      • Hoorspel
      • Persmap De Hormoonfabriek
    • Verplicht gelukkig
      • Recensies
      • Reacties
      • De voorstelling
      • Media
      • Persmap Verplicht gelukkig
    • Ander werk
  • Blog
  • Saskia Goldschmidt
    • Biografie
    • Media
    • Contact
  • English
    • Biography
    • Shocked Earth
    • The Vintage Queen
    • The Hormone Factory
      • Notes from the author
      • Factsheet
      • Praise
      • Translations
    • Obliged to be happy
  • Facebook
  • LinkedIn

Hollandse waarden in Haaren

21 juni 2011

Ik sta met mijn zus en broer in het pittoreske winkeltje dat de kweker tijdelijk in de schuur gevestigd heeft om de asperges zo vers mogelijk te verkopen. Het gele goud ligt verleidelijk glanzend in bakken water. Keurig gerangschikt naar grootte en dikte, mooier dan je ze ooit in een supermarkt ziet. Dit zijn de asperges die dezelfde morgen door de Polen uit de grond gestoken zijn, vertelt de verkoopster trots. En alles wat niet deze dag verkocht wordt, gaat naar de veiling, en dan verder het land in. Verser dan hier zijn ze nergens te krijgen.

Een vrouw van ongeveer zestig jaar stapt binnen en mengt zich in het gesprek dat wij als randstedelingen met de locale klanten voeren. Ze zijn er trots op, op hun asperges, hier in Haaren. Mevrouw, gekleed in een keurige burgerbloemenjurk verklaart luidkeels: ‘Ik zeg altijd tegen mijn schoonfamilie: er komen maar twee goeie dingen uit Haaren, en dat zijn aardbeien en asperges. En daarmee heb ik ze altijd op de kast.’ Ze kijkt triomfantelijk de winkel rond, en straalt in alles uit dat ze fier is op deze uitspraak. ‘Daar zullen ze blij mee zijn,’ mompel ik een beetje geneert voor me uit. ‘Nou,’ beklemtoont mevrouw terwijl ze haar borsten nog pronter naar voren steekt,’ daarmee heb ik ze ALTIJD op de kast.’

‘En daar draait het om, hè mevrouw’ zegt mijn broer Miquel meewarig, ‘dat heeft u dan toch maar weer mooi bereikt.’
Even lijken de borsten iets in te zakken, de schouders buigen naar voren, haar ogen kijken onzeker van de een naar de ander. Dan kijkt ze weg van ons en zoekt steun bij de plaatselijke clientèle. De bekende gezichten lijken haar gelijk te bevestigen. Want ze haalt diep adem, steekt haar borst weer omhoog en verkondigt nogmaals luid en duidelijk: ‘Maar dan HEB ik ze ook op de kast.’ We stappen de winkel uit met de lekkerste asperges die te krijgen zijn en in de wetenschap dat men zich ook op het Brabantse platteland tegenwoordig graag laat voorstaan op het vermogen tot kwetsen. De nieuwe Hollandse waarden?

 

De Titanic en de top

13 juni 2011

Toen de Titanic zonk behoorden de meeste gereddenen tot de eersteklaspassagiers. De toegang naar de bovenste dekken waar de sloepen zich bevonden, werd afgesloten, opdat de elite hun plek niet versperd zou vinden door het gewone plebs. Het gevolg was dat het vooral de minst draagkrachtige mensen waren die in de ijskoude zee verdronken.

In deze dagen zijn het in Nederland de ouderen, gehandicapten, psychiatrische patiënten, asielzoekers, alleenstaande ouders, kunstenaars, die doelbewust in het koude water gegooid worden, terwijl de rechtse elite hun vingers zit af te likken in hun sloepen. Genietend van de hypotheekrenteaftrek voor welvarende huizenbezitters, de belastingvoordelen voor grote bedrijven, de bonussen voor de bankhaaien die na de crisis gewoon door mogen gaan met graaien.

Kapitein Rutte heeft een staatskereltje in dienst genomen die er zich op laat voorstaan geen verstand te hebben van het veld waarover hij beslissingen moet nemen. ‘Ich habe es nicht gewusst’ is een zinnetje dat hem vast nog vaak van pas gaat komen. In het Volkskrantinterview met hem afgelopen zaterdag, heeft hij eindelijk zijn visie op kunst geopenbaard.’ Van kunst moet je blij worden en energie krijgen,’ heeft hij uitgeroepen. Tja, dan kun je inderdaad de hele subsidie overboord keilen. Dat wordt ik ook van een goede cappuccino.

Een paar instellingen worden gespaard. Topinstituten, jawel, die ervoor gezorgd hebben dat ze beschermd worden door bestuursleden met connecties in de stuurhut van het schip, dat in volle vaart afkoerst op een allesvernietigende ijsberg. Solidariteit, ik ben bang dat ook dat een begrip is, dat als linkse hobby in de ijskoude zee verzopen is. Ik heb in de reacties van het Nederlands Danstheater, het Nationaal Ballet, Het Rijksmuseum, Toneelgroep Amsterdam in elk geval geen woord vernomen waaruit blijkt dat zij geschokt zijn over het feit dat hun puntje van de piramide dan wel gespaard blijft, maar die enorme humuslaag waarop hun toplaag rust, compleet wordt weggevaagd. De meesten zijn blij met de ‘scherpe keuze’ die het staatskereltje gemaakt heeft.

Misschien is dat de eerste reactie; opluchting, omdat ze nog net aan boord zijn getrokken. Ik hoop dat ze, eenmaal warm geworden, zich realiseren dat zij, dankzij hun Mabel, Bea, Bolkestein of Zalm wel een plekje gekregen hebben, maar dat een toplaag alleen maar kan bestaan bij de gratie van een brede en diverse onderlaag. Wat er gebeurt als je beginnelingen aan de top zet, dat kun je op dit moment zien bij het staatskereltje van cultuur. Laat dat een waarschuwing zijn.

The toughest guy on the block

8 juni 2011

De vrouw zonder wie ik nooit bestaan had is zaterdag gestorven.
Zij die mijn vader in de oorlog het leven redde, heb ik nooit gezien, maar speelde desondanks een belangrijke rol in mijn jeugd. Haar ‘Dagboek uit BergenBelsen’, in 1965 bij Querido uitgekomen, was bij ons thuis de maat der dingen. Ze was de eerste vrouw van mijn vader en heette Renate Laqueur.
Ze was voor mij een heldin, zonder wie mijn vader niet had overleefd en zonder wie ik dus niet had bestaan.

In 1950 verliet ze mijn vader voor wat ze ‘de liefde van haar leven’ noemde. Ze volgde haar ‘Father figure lover’ naar de Verenigde Staten, en betrok met hem een appartement in Manhattan, waar ze tot op de dag van haar dood gewoond heeft. Ze werkte als secretaresse in een kankerinstituut, studeerde American English Literature en schreef een proefschrift over kampdagboeken. Ze overleefde kanker en een ernstige beschadiging aan haar ruggenwervels, kwam vaak naar Europa en vertelde op Duitse scholen over haar ervaringen in de oorlog.

Toen ik aan mijn boek werkte zocht ik contact met haar; er ontstond een uitgebreide email-correspondentie. Soms belde ik haar. Als negentigjarige zat ze regelmatig drie uur te zwoegen op een mailtje, omdat haar lichaam niet mee wilde werken. ‘You have no idea how clumsy I’m with that damm computer, also my fingers do not obey instructions’ mailde ze me eens. Maar email was haar venster op de buitenwereld en doorzettingsvermogen en wilskracht heeft ze haar hele leven gehad. ‘My aunt’ zei een neefje ooit over haar, ‘is the thoughest guy on the block.’

Toen ze de eerste versie van mijn manuscript las, mailde ze me per ommegaande: ‘ It is an amazing peace of both history and literature. This should be published in English. You need to find a billangual translator, it is a pity I am in such a lousy shape.’ Anders was ze er direct aan begonnen.

Haar grote angst was dat ze op een dag haar appartement zou moeten verlaten en in een bejaardenhuis zou worden gestopt. Ze was van mening dat je niemand die een kamp heeft overleefd dat mag aandoen. Gelukkig is het haar bespaard gebleven.

Zaterdag stierf ze, tweeënnegentig jaar oud. Nog geen twee maanden na Louis Tas, aan wie ik soms haar groeten moest overbrengen. Toen ik haar belde om te vertellen dat hij overleden was, reageerde ze precies zo als acht maanden daarvoor, toen ik haar vertelde dat mijn vader gestorven was. ‘Thanks God,’ zei ze beide keren, ‘no more suffering. It was about time’.

De kans is groot dat haar reactie op haar eigen dood ook zo geweest zou zijn.
Renate Laqueur, Louis Tas en mijn vader. De laatste getuigen die als volwassenen uit BergenBelsen waren teruggekeerd.
In tien maanden tijd zijn ze alle drie gestorven. Een einde aan het gevecht dat leven heet.

Nooit meer Jaap

29 mei 2011

Mijn vriend Jaap is dit weekend niet eenenzestig geworden.
Dat is opmerkelijk want een gezonder man dan hij kende ik niet. Toen ik hem veertig jaar geleden leerde kennen was hij broodmager, en anders dan de meeste vrienden en ikzelf, is hij altijd zo dun gebleven. Hij rookte niet, dronk met mate, en sportte fanatiek. Hij was trots op zijn gespierde armen en zijn wasbordbuik. Hij maakte prachtige foto’s op zijn vele reizen, schreef mooie teksten voor kinderen, en was een humoristische en liefdevolle vriend. Hij woonde met zijn partner drie minuten van ons vandaan en omdat hij altijd bijzonder verstrooid was, en wij hun reserversleutel bewaarden, zag ik hem regelmatig. Dikwijls een onverwacht kopje koffie, waarbij het leven werd doorgenomen.
Jaap had een joodse moeder, die in de oorlog bij zijn toekomstige vader zat ondergedoken. Na de oorlog trouwden ze en kregen drie kinderen. Een onbezorgde jeugd was het niet. De vervolging en de vermoorde grootouders maakten dat er over het leven een grauwsluier hing en had van zijn moeder een angstig mens gemaakt. Zijn vader, een enthousiast en gedreven Montessori-onderwijzer, stierf aan kanker toen Jaap acht was. En toch groeide Jaap op tot een enthousiast, inspirerend en initiatiefrijk mens. Hij had altijd een originele en authentieke kijk op literatuur, film, theater en de wereld. Was wars van hypes en modes.

In de vier jaar dat ik aan het boek werkte, sprak ik vaak met hem over onze jeugd, waarin de oorlog zo’n bepalende rol had gespeeld en bij ons allebei een van onze ouders zo sterk getekend had. Nooit las hij een eerste of tweede versie, hij en ik verheugden ons beiden op het moment dat hij het gedrukte exemplaar van Verplicht gelukkig in handen zou krijgen. Ik heb me een aantal keren voorgesteld hoe we het boek samen uitgebreid zouden bespreken. In de week dat ik de eindversie bij de uitgever moest inleveren, stond zijn hart in zijn broodmagere lichaam, boven zijn wasbordtorso, onverwacht stil. Tot verbijstering van iedereen was Jaap van Sonderen opgehouden te leven.

Nu zijn we met een kleine groep familie en vrienden samen in Zeeland. Eten yogitaart, drinken de door hem bij een bevriende wijnboer bestelde crémant d’alsace, en halen herinneringen op. Jaap stierf op 4 februari. Het is onverteerbaar, dat hij er niet meer bij kan zijn. We missen de onderkoelde en relativerende opmerkingen, die hij zelf over zijn eigen dood gemaakt zou hebben. We doen dapper pogingen om te leven met zijn afwezigheid, maar het ontbreken is in alles aanwezig. Nooit meer Jaap, zou het ooit wennen?

 

 

 

Het Belgisch Loodswezen

10 mei 2011

Op tour zijn vraagt om bijzondere pleisterplaatsen.
Dus na het optreden vrijdag in de Drvkkery in Middelburg; prachtige winkel, geweldige ontvangst, minimaal publiek want te mooi weer, te veel vakantie, en te onbekende auteur, togen Lief en ik naar Vlissingen, voor een aspergemenu op het terras van het Belgisch Loodswezen.

Met een bezoek aan deze sociëteit stap je terug in het verleden. De oude, bonkige, Belgische zeelieden zitten rondom de bar, die ze hun huiskamer noemen. Daar wachten ze, respectievelijk achter een pilsje als de dienst erop zit, of een colaatje, als die nog beginnen moet. Ze zien eruit alsof ze nauwelijks meer achter de geraniums vandaan te halen zijn, maar dat is een vergissing. Deze mannen trekken er bij nacht en ontij op uit. Ze laten zich op kleine slepertjes naar de enorme containerschepen midden op zee varen, en klimmen soms nog langs een touwladder omhoog, twintig, dertig meter, langs een immer deinende wand. Alsof je tijdens een aardbeving een flatgebouw beklimt, terwijl een tsunami aan je voeten knabbelt. Eenmaal boven voegen zij zich op de brug bij de kapitein met als doel het varend warenhuis door het steeds veranderende zeelandschap van vaargeulen en zandbanken te loodsen.

Ik heb hier ooit eens een avond met een loods zitten praten. Een beetje onwillig was hij, maar ook wel trots op het vak dat hij al bijna veertig jaar uitoefende. Zijn kinderen mochten geen loods van hem worden,hoewel hij goed verdiend had. Het is de pest voor een gezinsleven. Je bent er nooit, niet voor je vrouw en niet voor je kinderen. Je blijft altijd en eeuwig de man, die zelfs op zondag niet het vlees snijdt. De eeuwige afwezige, dat is het lot van de loods. Een rol waar je aan went. Want hoewel het hem steeds moeilijker afgaat, vooral de adembenemende circustoeren die hij nog altijd moet uithalen om aan boord te komen, schrikt het komende pensioen hem af. Wanneer je altijd een figurant in het leven van je vrouw en kinderen bent geweest, hoe moet je dan opeens een hoofdrol opeisen? Hoe slijt je de dagen in die riante villa, die je met het harde werken en de goede betaling hebt kunnen kopen?

Daarom werkt hij nog maar even door. Hoewel het hem steeds zwaarder valt. Het klimmen, maar vooral het feit dat er tegenwoordig zoveel kapiteins zijn, die alleen maar Russisch of Chinees of Taiwanees spreken. Waardoor er vele hachelijke situaties ontstaan, want de loods is verantwoordelijk, terwijl het eergevoel van menig kapitein groter is dan de vaargeul breed is.

Al pratend merk je dat zelfs hier de tijd is voortgeschreden en dat nooit iets blijft zoals het was. Op het plafond van de sociëteit is een prachtige luchtspiegeling geschilderd, het vertrek is lichter gemaakt door het openbreken van dichtgemetselde ramen. Alles verandert, zelfs het Belgisch Loodswezen in Vlissingen. Maar om je in nostalgie te wentelen, blijft de sociëteit een geweldige locatie. Het aspergemenu is matig wat het aantal asperges betreft, maar goed van smaak. En het Belgisch bier smaakt best. Terwijl de containerschepen voor je neus af en aanvaren. Ik hou van Vlissingen.

De tranen van de voorzanger

4 mei 2011

Herdenken is voor mij een nieuwe bezigheid.
Mijn vader gaf niet om herdenken, en aangezien hij een kamp had overleefd,had ik niet het gevoel dat ik er het recht toe had.
Pas sinds ik de familiegeschiedenis ben ingedoken, ga ik op vier mei naar de Hollandse Schouwburg, de plek waarvandaan de meeste Hollandse joden gedeporteerd werden.

Vorig jaar was ik in BergenBelsen, waar de bevrijding van vijfenzestig jaar geleden herdacht werd. Ik schreef naar aanleiding van deze gebeurtenis de volgende tekst:

Op achttien april 2010 sta ik te midden van een grote groep mensen rondom een kleine obelisk op een uitgestrekte vlakte. Her en der rijzen grafheuvels op, waarin de duizenden doden, voor wie de bevrijding van Bergen-Belsen door Britse en Canadese militairen te laat kwam. Bij de obelisk stapt een man naar de microfoon. Hij draagt een lange zwarte jas, ondanks de warmte van de eerste echte lentedag. Op zijn hoofd heeft hij een zwarte hoed met een brede rand, een volle grijze baard bedekt zijn mond en kin. Hij posteert zich voor de microfoon, concentreert zich en begint te zingen. Een klagelijk lied, in het Hebreeuws, luid gezongen, met een diepe warme stem, vol emotie. De menigte rondom de obelisk zwijgt, luistert en in vele ogen blinkt een traan. Ook de zanger raakt geëmotioneerd. Zijn krachtige stem hapert af en toe, soms komt een schorre klank uit zijn keel, hij veegt een keer in zijn ogen en dan lijkt het hek van de dam: tranen stromen over zijn wangen, er is geen houden meer aan. Hij huilt intens, maar zingt door. Soms verandert een toon in een snik en zijn stem wordt zwakker, het lijkt of hij zijn taak als voorzanger niet langer kan volbrengen. Dan loopt een grote man op hem af, stelt zich vlak achter de voorzanger op en pakt met beide handen zijn schouders vast. Zo blijft hij staan, en geeft daarmee de voorzanger de kracht ondanks zijn emotie door te gaan. Terwijl de tranen blijven stromen resoneert zijn klaagzang luider dan daarvoor over het desolate terrein, over het schuldig landschap. We huilen allemaal mee, indachtig alles wat hier heeft plaatsgevonden en dat tot op de dag van vandaag het leven van de nabestaanden, van hen die overleefden en van hun kinderen, zo intensief beïnvloed heeft. Ik realiseer ik me dat dit voor het eerst is dat ik echt kan rouwen.

Rouw is verdriet kunnen toelaten en daar uiting aan kunnen geven. Dat is mogelijk wanneer je gesteund wordt door de mensen om je heen, waardoor het veilig genoeg is de pijn te voelen en te uiten. Het beeld van de voorzanger, die zijn klaagzang de lucht in slingert, met een stem vol emotie en een hart vol droefheid en zowel fysiek gesteund door de sterke handen van de man achter hem, als door de aanwezigheid van de mensen om hem heen, is voor mij de verbeelding van de rouw. Alleen in verbondenheid met elkaar, en gedragen door vele schouders, kan het verdriet over alle vermoorde levens een plek krijgen in onze samenleving. Onze ouders hebben het aan den lijve ondervonden en hun taak was het, het leven weer op te pakken en vooruit te kijken. Ik denk dat het aan ons, de kinderen en kleinkinderen is, het verlies in de ogen te kijken en het verdriet daarover een plek te geven in onze levens, in onze samenleving. Want wat er mag zijn, verliest zijn hardheid, zijn rauwheid, zijn vasthoudendheid. Dan komt er ruimte voor zachtheid, verbondenheid en voor een diep gevoelde wens, er met elkaar zorg voor te dragen dat de wereld een betere wereld wordt waarin uitsluiting en moord niet langer geaccepteerd worden. Waarin het niet meer gebeuren kan dat mensen buitengesloten of vermoord worden omdat ze zondebok zijn, omdat ze ontmenselijkt werden.

Wij hebben elkaar nodig om ons verantwoordelijk te kunnen voelen. Net zoals de voorzanger de man achter hem nodig had om zijn verdriet te kunnen uiten en met ons te kunnen delen, zo moeten wij op elkaar kunnen rekenen. Dan zouden we afwisselend degene kunnen zijn die de voorzanger steunt, volledig en zonder voorbehoud aanwezig en betrokken, om op een ander moment de rol van de voorzanger op ons nemen, die het verdriet onder ogen kan zien en er uiting aan kan geven, zodat het niet langer gevangen blijft in de duisternis, maar de wereld in kan gaan en weerklank vindt in de ziel van alle andere mensen. Pas als we daar met elkaar in slagen, komt er misschien ooit een dag, dat we uit het diepst van ons hart met elkaar kunnen zeggen: Nooit meer.

Slapende mannen

18 april 2011

Culturele evenementen lijken het perfecte slaapmiddel voor mannen.
Vorige week bezocht ik een inleiding, voorafgaande aan een opera in de Stadschouwburg van Amsterdam. De dame die de inleiding verzorgde was enthousiast, energiek en gaf een gloedvolle en informatieve presentatie. Toch duurde het nog geen tien minuten voordat het merendeel van de aanwezige mannen in diepe slaap verzonken was. De inleidster liet zich er overigens niet door van de wijs brengen, en bleef met eenzelfde gedrevenheid haar inspirerende verhaal over het voetlicht brengen. De meeste vrouwen leken zich niet te storen aan hun slapende echtgenoten. Iets wat ik dan weer niet herken.

Ik heb ook een lief houdt die geregeld de ogen sluit op het moment dat hij aanwezig is bij een cultureel evenement. Dat is de belangrijkste reden dat ik hem een tijdlang verboden heb samen met mij premières van bevriende regisseurs te bezoeken. Zijn slaapzucht zegt niets over de kwaliteit van het gebodene, behalve dat het wellicht weinig appel doet op de testosteron. Want bij een voetbalwedstrijd zie ik nooit een vent slapen, terwijl de wedstrijden toch vaak weinig opwindende aangelegenheden zijn.

Omdat ik tegenwoordig het land doortrek met een theatrale voorlezing van mijn boek, ben ik enigszins bezorgd over dit fenomeen. Het is toch weinig enthousiasmerend om je verhaal te doen voor een zaal slapende kerels. Dat het nog niet zover gekomen is, ligt misschien aan het feit dat het vooral vrouwen zijn, die een boekpresentatie bezoeken. Boeken worden trouwens ook vooral door vrouwen gelezen, zegt men. Gister speelde in in de bibliotheek van Den Helder, voor vijfendertig vrouwen en twee mannen. De ene man was de partner van de organisatrice, die zich in de pauze snel moest vergewissen van de stand van Ajax-NAC. De andere man zag ik inderdaad na niet te lange tijd de ogen sluiten.

Gelukkig maak ik in mijn presentatie gebruik van een drumbekken, waarop ik aangeef wanneer de ene scène is afgelopen en de volgende begint. Een probaat middel, dat de potentiële slaper doet wakker schrikken, voordat hij een diepe REMslaap bereikt. Toen de regisseur en ik dit hulpmiddel introduceerde, had ik niet aan dit gunstige bijeffect, maar het is mooi meegenomen. Na de derde scène schrok de man op uit zijn tukje en keek vervolgens met open ogen en veel interesse naar de rest van de voorstelling.

Toch overweeg ik een toevoeging aan mijn inleiding. Ik ben benieuwd wat er gebeurt als ik aan het eind daarvan zeg dat mannen die de neiging voelen in slaap te vallen, zich daar gerust aan mogen overgeven. Ik denk namelijk dat het taboe op slapen, een tukje doen tijdens de presentatie extra onweerstaanbaar maakt.

En bovendien is daar mijn geheime wapen: het bekken. Aan de REMslaap zullen ze bij mij niet toekomen!

Gidsland Bhutan tegen het graaivirus?

27 maart 2011

Het morele verval in Nederland grijpt om zich heen. Zou het iets te maken kunnen hebben met het feit dat ons land zo diep onder de zeespiegel ligt? Is het toeval dat alles in Nederland altijd om het Bruto Nationaal Product lijkt te draaien? Terwijl in Bhutan, een van de hoogst gelegen landen ter wereld, vooral het Bruto Nationaal Geluksniveau als belangrijkste wordt beschouwd?

De graaicultuur in Nederland wordt zo langzamerhand misselijkmakend. Nadat duidelijk is geworden hoe het virus heeft toegeslagen bij de ING top, stond gister in het NRC een ontluisterend interview met een voormalige politiechef, nu kamerlid van D66. Magda Berndsen vind zelf dat er niets mis is met het feit dat ze in de drie en een half jaar dat ze politiechef in Friesland was, meer dan een ton te veel verdiende. Dit bedrag bestond uit een salaris van negentigduizend euro, aangevuld met een eindejaarsuitkering, vakantiegeld, een algemene levenslooptoelage, een representatievergoeding, een piketvergoeding en een meer uren-toeslag. Daarmee kwam ze uit op een bedrag van meer dan honderdwintigduizend euro. Dat lijkt me toch niet slecht verdient, voor een baan met ja, het dragen van een grote verantwoordelijkheid en het maken van veel uren. Maar mevrouw Berendsen heeft bij haar sollicitatie uitonderhandeld dat ze daar bovenop nog een persoonlijke toelage, een huurvergoeding en een compensatie voor de belasting op de huurvergoeding (!) krijgt. Daarmee komt ze op een totaalbedrag van 154.337 euro per jaar.

De Rijksauditdienst, die belast is met de accountantscontrole binnen de overheid, concludeert dat de persoonlijke toelage, de huurvergoeding en de belastingcompensatie die zij ontving in strijd zijn met de landelijke regels. En wat zegt Mevrouw Berendsen op de vraag of zij de conclusies van deze dienst bestrijd? ‘Ze hebben natuurlijk wel gelijk dat het in strijd is met de regels, maar dat is een droge constatering. Ik voel me daar niet verantwoordelijk voor. De consequenties ga ik dus niet op me nemen.’

Kijk, met zo’n politiecommissaris komen we echt verder. Dit geeft geheel nieuwe mogelijkheden in de rechtszaal. Ontkennen hoeft niet meer. Het volstaat in het vervolg de voormalige politiecommissaris, tegenwoordig kamerlid te citeren.
‘Edelachbare, inderdaad, meneer X heeft het hoofd van zijn buurman met een bijl ingeslagen en dat is natuurlijk in strijd met de regels. Maar dat is een droge constatering. Mijn client voelt zich daar niet verantwoordelijk voor. De verantwoordelijkheid lag namelijk bij de buurman, die dit nu niet meer na kan vertellen. Dus mijn client gaat de consequenties voor zijn gedrag echt niet op zich nemen. In tegendeel. In plaats daarvan wordt hij volksvertegenwoordiger. Nee, niet eens voor de PVV. Alexander Pechthold vind het geen enkel probleem!’

En dat in een tijd waarin de hele kunstsector de nek wordt omgedraaid, er gekort wordt op de gezondheidszorg en het onderwijs en kunstenaars, leerkrachten, verpleegkundigen, mantelzorgers niet meer weten hoe ze in deze afgeknepen, onsolidaire en kille samenleving hun werk op een verantwoorde wijze kunnen blijven doen.

Ons land is niet alleen in de greep van vreemdelingenhaat en een irreële angstpsychose tegen alles wat ‘anders’ is. Het morele verval van hen, die ooit de notabelen van de samenleving werden genoemd, neemt alarmerende vormen aan. We zijn dringend toe aan een gidsland, die ons kan leren waar het werkelijk om gaat in het leven.
Ik stel een studiereis voor naar het gidsland Bhutan. Het enige probleem is dat dit land zeer zuinig is met het toelaten van toeristen, bang als ze zijn dat de samenleving geïnfecteerd zal worden door het graaivirus, dat zo verschrikkelijk besmettelijk is.

De kleindochter van de koffiekoning in Cappuccino

25 maart 2011

De kleindochter van de koffiekoning van Nederland is zaterdag 26 maart te horen in het programma met het lekkerste kopje koffie van Nederland. Dus morgenochtend op naar Hilversum, om in het mediacafé te vertellen hoe het nou echt zit, met dat ‘Verplicht gelukkig’ zijn.
Onderstaande tekst staat geschreven op de site van Cappuccino:

‘Al ben je zelf van de Woodstock-generatie, dan nog kun je flink last hebben van de Holocaust. Saskia Goldschmidt groeide op met een hele lijst van zinnen en woorden die niet uitgesproken mochten worden, omdat papa dan herinnerd werd aan zijn kampverleden. Zij ploos de verzwegen familieverhalen uit en schreef er een prachtig boek over: “Verplicht gelukkig”.’

De koffiekoning zelf was gewend om wanneer hij een leverancier had gevonden in een nieuwe stad, koffie te laten maken met het plaatselijke water. Want ieder water geeft een andere smaak aan de koffie. Ik ben benieuwd hoe de koffie morgen zal smaken,

Verplicht gelukkig in de etalage 2

24 maart 2011

Terwijl de lente haar intrede doet verovert Verplicht gelukkig de boekenwinkel. Zachtjes, niet schreeuwend, maar vastberaden, stap voor stap. Het boek duikt steeds vaker op, naast de kassa, op de boekenweeektafel, in een stapeltje of als enig exemplaar.

Het blijft een miraculeus gevoel. Die tekst, ontstaan uit vier jaar onderzoek, waarin talloze paperassen werden doorgewerkt en achieven bezocht. Waarin ik veel mensen sprak, afwegend welke vragen wel en welke niet gesteld konden worden. Jaren waarin ik vooral schreef, herschreef en nog eens en nog eens herschreef. En als resultaat van die eenzame (en zeer bevredigende) activiteit ligt nu te koop als mooi vorm gegeven boek, door het hele land. Het blijft voelen als een klein wonder!

 

Vandaag de etalage van Veenstra, Utrechtstestraat, in Amsterdam. Niet ver van de plek waar de koffiekoning zijn imperium leidde!
Foto: Foto Hes van Huizen

  • Vorige
  • 1
  • …
  • 18
  • 19
  • 20
  • 21
  • 22
  • …
  • 24
  • Volgende

Translated

Die Vintage Queen La Fabrique des Hormones, Gallimard Die Hormoonfabriek, Protea Boekhuis The Hormone Factory, The Other Press Die Glücksfabrik, DTV Shocked Earth Vintage Queen, Traduction Français

LEZINGEN

Saskia is aangesloten bij De Schrijverscentale (voor lezingen in boekwinkels en bibliotheken). Belangstelling?
Kijk even bij Contact >>

Zoeken

Tags

4 mei Aardbevingen Aardbevingsroman Amsterdam boekenbal Dagboek uit Bergen-Belsen Dagboek van een landschap De Hormoonfabriek De hormoonfabriek De Voddenkoningin Die Glücksfabrik filmrechten Film Talents gasbevingen gastschrijverschap gaswinning groningen herdenken Hogeland Holocaust Jacques Audiard jaren zestig Jodenvervolging Kukuruznik La Fabrique d'hormones Laura Dols liefdadigheid Na de oorlog natuur Oldenburg Open Book Festival recensie Renata Laqueur Schokland South-Africa stoppen met drinken The Hormone Factory tweedehands kleding Tweede Wereldoorlog uitgeverij Cossee Verplicht Gelukkig verslaving vogels zestigerjaren Zuid-Afrika

Copyright © 2026 · Colofon